Macrofotografie staat voor het onthullen van wat voor ons oog verborgen is. Details van kleine dingen. Klein is een rekbaar begrip: macrofotografie is beperkt tot afbeeldingen ter grootte van ca. 10 cm tot ca. 2 cm.
Naast macrofotografie is er ook microfotografie. Daarbij begeef je je op het pad van hele hele kleine dingen: van ca. 1 cm tot ca. 0.1 mm. Dan spreek je over microscopisch niveau. Dat vraagt andere apparatuur dan macrofotografie.
Apparatuur
Sommige camera’s en vooral smartphones hebben een ingebouwde optie voor macro. Dat maakt het leven gemakkelijk. Als dat niet zo is heb je een drietal mogelijkheden: voorzetlenzen, tussenringen of macrolenzen.
Bij een voorzetlens schroef je als het ware een loupe op je camera. Het is verreweg de goedkoopste variant.
Een essentieel verschil tussen ‘normale’ fotografie en macrofotografie is dat je met je lens aanzienlijk dichterbij je onderwerp komt. Zo dichtbij dat je niet meer kunt scherp stellen. Door gebruik te maken van tussenringen breid je het scherpstelbereik uit naar kortere afstanden ten opzichte van je onderwerp. Daardoor wordt het groter afgebeeld en kun je spreken van macrofotografie. Doorgaans worden tussenringen in sets van drie verkocht, met verschillende diktes. Je kunt ze ook combineren. Verder geldt hier dat hoe korter je brandpuntsafstand is, hoe sterker het effect is.
De kwaliteit van foto’s met bovenstaande losse hulpmiddelen voldoet doorgaans. Als je voor echt hoge kwaliteit gaat kun je in plaats van deze hulpmiddelen aparte macrolenzen aanschaffen, als je een camera hebt waarvan je de lens kunt verwisselen. Dergelijke lenzen zijn voor het doel geoptimaliseerd.
Scherptediepte
Volgt..
Belichting
Volgt..
